Laat me praten,
Wanneer ik praten wil.
Laat me zwijgen,
Wanneer ik zwijgen wil.
Laat me depri zijn,
Wanneer ik dat wil.
Probeer me er niet uit te praten,
Maar begrijp me, stil.
Laat me toch leuteren,
Over mijn prostaat,
Laat me aan mijn welzijn sleutelen.
Word niet kwaad,
Noem me geen zaag.
Wanneer ik zwak ben,
Hoef ik niet sterk te zijn.
Dan kan ik even niet vechten,
Dan heb ik pijn.
En wanneer de dood van achter een haag loert,
Zal ik me niet verzetten.
Dan zeg ik foert,
Op mij moet je niet meer letten.