Wat is de prostaat?
De prostaat is een klier die rond de plasbuis ligt, net onder de urineblaas.
De prostaat heeft twee kwabben die samen met de zaadblaasjes prostaatvocht aanmaken. Het prostaatkapsel bestaat uit spier- en bindweefsel en omringt de prostaat.
Prostaatgroei komt vaak voor bij het ouder worden.
De prostaat kan licht of sterk toenemen in grootte.
Een vergrote prostaat kan tegen de urineblaas drukken en kan leiden tot moeite, traagheid of pijn bij het plassen.
Deze klachten zijn meestal goedaardig en kunnen vaak met medicatie behandeld worden – raadpleeg uw huisarts.
De prostaat bestaat uit verschillende zones.
De centrale zone (CZ) omringt de zaadleiders.
De overgangszone (TZ) ligt rond de plasbuis, hier ontstaat dikwijls goedaardige prostaatvergroting.
De perifere zone (PZ) bestaat uit een linker- en rechterkwab, hier ontstaat meestal prostaatkanker.
Voor wat heeft een man een prostaat nodig?
De prostaat maakt vocht aan dat samen met de zaadcellen het sperma vormt.
Huisarts Petra Bruggeman uit Drongen beantwoordt onze vraag:
hoe wordt PSA gemeten?

De PSA-densiteit is de PSA-waarde gedeeld door het prostaatvolume.
PSA wordt gemeten via bloedafname en uitgedrukt in ng/ml.
Prostaatvolume wordt gemeten bijvoorbeeld via een transrectale echo en uitgedrukt in ml.
Bijvoorbeeld: een PSA van 6 ng/ml en volume van 50 ml resulteert in een PSA-densiteit van 0,12.
Urineblaas?
De mannelijke urineblaas heeft twee sluitspieren: één die je bewust kunt aansturen en één niet stuurbare sluitspier.
Bij een goedwerkende urineblaas is de blaasspier ontspannen en zijn tussen het plassen door de sluitspieren dicht.
Op een bepaald moment geven de hersenen een signaal aan de blaasspier om samen te trekken en de sluitspieren te ontspannen en wordt de blaas geledigd.
Blaasretentie is de naam die gebruikt wordt wanneer je niet of heel moeilijk kunt plassen.
Blaasresidu is wanneer je het moeilijk hebt om de urineblaas volledig te ledigen.
Men spreekt van een overactieve blaas wanneer deze ongecontroleerd samentrekt, ook al is ze niet volledig gevuld.
Wanneer prostaatkanker is vastgesteld en je kiest voor een chirurgische ingreep die de prostaat zal verwijderen wordt er ook één sluitspier mee verwijderd. Toch kan je meestal nog controle houden over je urineblaas, soms mits wat training, dit noemt men bekkenbodemspieroefeningen die je best volgt bij een gespecialiseerde kinesist.
Plasbuis = urinebuis = urethra?
Urethra of urinebuis is de buis waardoor urine vanuit de urineblaas door de penis naar buiten wordt geleid. Deze buis begint als een opening in de blaas = blaashals. Hier wordt de plasbuis soms (gedeeltelijk) afgeklemd door bv een groeiende prostaatvergroting.
Wat is een uroloog?
Een uroloog is een arts die gespecialiseerd is in aandoeningen van de urineblaas, urinewegen en de geslachtsorganen.
Huisarts Petra Bruggeman uit Drongen beantwoordt onze vraag:
wanneer stuurt de huisarts de patiënt best door naar de uroloog?
Blaassonde? Blaaskatheter? Suprapubische blaaskatheter?
Bij sommige aandoeningen (bv vergrote prostaat) kan men moeilijk of niet meer plassen. Hierdoor zal de urine in de blaas ophopen hetgeen een pijnlijk gevoel kan geven.
Om de urineblaas te ledigen kan een blaassonde gebruikt worden.
Via een flexibel slangetje loopt de urine uit de blaas naar een opvangzak.
We onderscheiden twee types blaassondes:
- Transurethraal: via de plasbuis
- Suprapubisch: via een kleine heelkundige ingreep net boven het schaambeen, in de onderbuik
De urine komt terecht in een zak die aan het onderbeen wordt bevestigd en eenvoudig te ledigen is via een kraantje. Over het algemeen is de suprapubische katheter op de lange termijn comfortabeler en brengt deze een lager risico op infecties met zich mee dan een urethrale katheter.
Een blaaskatheter kan zowel intermitterend worden ingebracht wanneer dat noodzakelijk is (sondage) als voor een langere periode ter plaatse blijven (verblijfskatheter).
Wat is een sfincter?
Een sfincter = sluitspier = een kringvormige spier waarmee een holte wordt afgesloten.
Wat is een sfincterprothese?
Een sfincterprothese is een kunstmatige blaassluitspier die de urinebuis gesloten houdt tot je wil plassen. De sfincterprothese bestaat uit drie onderdelen: een ballon, een manchet en een controlepompje. Deze drie delen zijn via slangetjes met elkaar verbonden en zijn gevuld met een steriele vloeistof. De prothese wordt volledig in je lichaam ingebracht, de ballon laag in je buik, de manchet rond de plasbuis en het pompje in de balzak. De manchet werkt als een natuurlijke sluitspier die de plasbuis samenknijpt om de urine in de blaas te houden.
Om te kunnen plassen druk je op het pompje waardoor de manchet open gaat en de blaas kan leeglopen. De manchet gaat automatisch terug dicht.
Een rectaal toucher?
Als jouw arts omwille van specifieke klachten zoals een verhoogde PSA-waarde of in het kader van periodieke preventieve opvolging wil nagaan of er mogelijks iets met je prostaat aan de hand is kan hij een rectaal onderzoek doen, een zogenaamd ‘rectaal toucher’.
Hierbij brengt de arts een vinger via de anus tot tegen de wand van de endeldarm om zo de vorm, grootte en stevigheid van de prostaat te ‘bevoelen’. Het is van het grootste belang dat de arts die dit uitvoert vertrouwd is met de procedure om bijvoorbeeld het verschil in hardheid juist te kunnen beoordelen.
Wanneer de prostaat afwijkend aanvoelt zal de arts aanbevelen verder onderzoek uit te voeren zoals een inwendige echografie of MRI-scan om eventuele prostaatkanker uit te sluiten.
Het onderzoek kan een vervelend gevoel geven, maar is doorgaans niet pijnlijk.
Een rectaal toucher geeft nooit uitsluitsel of je prostaatkanker hebt of niet, het is een aanwijzing om in geval van twijfel eventueel verder onderzoek te doen.

Een rectaal toucher van de prostaat geeft onderstaande classificatie:
T1 = Tumor is niet voelbaar via rectaal onderzoek
T2 = Tumor is voelbaar maar binnen de prostaat
T3 = Tumor is voelbaar en groeit door het kapsel van de prostaat
T4 = Tumor is voelbaar en dringt door in aangrenzende structuren anders dan de zaadblaasjes, zoals bv in de externe sluitspier, rectum, levatorspieren en/of bekkenwand.
Echografie?
Echografie is in de medische wereld ook bekend als echoscopie en is een onderzoekstechniek die gebruik maakt van ultrasone geluidsgolven. Deze geluidsgolven hebben een hoge frequentie en zijn voor mensen ‘niet hoorbaar’.
De geluidsgolven worden op specifieke plaatsen door het lichaam gestuurd zoals bv ter hoogte van de onderbuik. Die geluidsgolven weerkaatsen harde en zachte structuren. Organen zoals de prostaat komen in beeld en aldus kan de grootte van een prostaat duidelijk worden. Ook de structuur van de prostaat, met name afwijkingen of een tumor kunnen aldus opgespoord worden.
Voorafgaand aan het onderzoek worden zowel de huid als de probe op de onderzochte plaats ingewreven met een speciale gel. Vervolgens wordt de probe tegen de huid gedrukt. Dit kan soms een drukkend gevoel geven, maar het is van belang dat er geen luchtspleten zitten tussen de probe en de huid omdat geluidsgolven niet door luchtspleten kunnen doordringen.
De sonde vangt de weerkaatsende geluidsgolven op.
De computer zet de geluidsgolven om in beelden waarop eventuele afwijkingen zoals tumoren of vocht zichtbaar kunnen worden.
Een transrectale echografie heeft een vinger dunne probe die via de aars wordt ingebracht in de endeldarm. Doordat de probe zo dicht bij de prostaat kan komen is de beeldkwaliteit veel nauwkeuriger dan via een gewone echografie die op de buikwand wordt uitgevoerd.

Verpleegkundig consulent functionele urologie Sofie Delbaere van Maria Middelares ziekenhuis in Gent en Sint-Vincentius ziekenhuis in Deinze beantwoordt onze vraag over mogelijke oplossingen bij urineverlies na een prostaatverwijdering:
Wanneer je last hebt van ongewild urineverlies bij hoesten, niezen, sporten, … spreekt men ook wel van stressincontinentie. Dit heeft oorzakelijk niets te maken met psychische stress maar wel met de verhoogde druk in de buikholte die het gevolg is van bepaalde fysieke inspanningen.
Urethrale sling?
Een ‘urethrale sling’ is een kunststof bandje dat via een kleine operatie onder de plasbuis wordt geplaatst en mogelijks een oplossing kan bieden tegen urineverlies. Dit bandje kan de verhoogde druk die ontstaat bij inspanningen opvangen waardoor urine minder gemakkelijk zal uitdruppelen.
B P H = Benigne Prostaat Hypertrofie
BPH is een goedaardige vergroting van de prostaat die vaak voorkomt als gevolg van het ouder worden.
Prostatitis = prostaatontsteking.
Dat komt omdat een bacterie in de prostaat is binnengedrongen via de plasbuis of bv via een prostaatbiopsie en heeft er een infectie veroorzaakt. Dat kan bv plasproblemen geven die meestal goedaardig zijn en behandelbaar. Die problemen kunnen plots opkomen en dan spreekt men van acute prostatitis. Maar die problemen kunnen ook terugkerend zijn, om de x aantal maanden, en dan spreekt men van een chronische prostatitis.
Prostaatbiopsie?
Als er een vermoeden is van een kwaadaardig gezwel in de prostaat dan kan er een biopsie genomen worden. Met behulp van een holle naald worden er dan stukjes weefsel uit de prostaat weggenomen. Na een biopsie worden de weefselstalen door een patholoog onderzocht die aldus nagaat of er al of niet kankercellen aanwezig zijn in de prostaat.
Wat is een patholoog?
Een patholoog is een arts gespecialiseerd in het onderzoek van weefsels en cellen. Hij onderzoekt een weefselstaal = biopt op de aanwezigheid van kwaadaardige kankercellen.
Wat is een oncoloog?
Een oncoloog is een arts gespecialiseerd in de medicamenteuze behandeling van kanker.
Wat wordt bedoeld met ‘actieve opvolging’?
Na diverse onderzoeken heeft de uroloog de diagnose van prostaatkanker gesteld. Maar de kanker is voor het ogenblik niet (erg) agressief en daarom wordt er (nog) niet behandeld. Er gebeuren regelmatige controles bv om de zes maanden om de evolutie van de prostaatkanker nauwkeurig op te volgen zodat in het geval bv de kankercellen zich toch vlugger zouden verspreiden dan voorzien er direct een behandeling kan opgestart worden.
Metastase = uitzaaiing
Wanneer je kanker hebt zit er een kwaadaardige tumor in je lichaam die bestaat uit kwaadaardige cellen die groeien en zich ongeremd blijven delen. Als dit gebeurt heet dit uitzaaien.
Deze cellen kunnen ook loskomen van de (primaire) tumor en zich elders in het lichaam gaan nestelen.
Een tumor zaait meestal uit via de bloedbaan of via het lymfestelsel en soms ook via een lichaamsholte.
Men spreekt van lokale/regionale metastasen als de uitzaaiing is in de buurt van de oorspronkelijke tumor.
Metastasen op afstand zijn uitzaaiingen in andere organen zoals bv in de lever, bot of longen.
Gleason score
Gleason score is een getal van 6 tot 10, het is de som van twee cijfers.
Bijvoorbeeld: Gleason score 9 kan de som zijn van 5 + 4 of van 4 + 5.
Elk van de twee cijfers gaan van 3 tot en met 5, waarbij 3 voor het minst agressief staat en 5 voor het meest agressief.
Het eerste cijfer geeft de score / agressiviteit aan van die kankercellen die het meest voorkomen.
Het tweede cijfer geeft de score / agressiviteit aan van die kankercellen die het tweede meest gevonden worden.
Gleason score 6 is de som van 3 + 3 en is dus het laagste cijfer = de biopten of de prostaat bevat kankercellen maar ze zijn weinig agressief, gemiddeld gesproken zullen ze zich niet vlug vermenigvuldigen.
Gleason score 10 de som is van 5 + 5 en dus het hoogste cijfer = meest agressieve kankercellen die zich heel vlug vermenigvuldigen en verspreiden over het hele lichaam.
Tumorclassificatie

Net zoals bij andere tumoren krijgt ook de tumor in de prostaat een TNM-classificatie waarbij de T staat voor het stadium van de moedertumor, ook wel de primaire tumor genoemd. Die TNM wordt bepaald op grond van lichamelijk onderzoek vb rectaal toucher of op grond van beeldvorming vb MRI-scan. Als de TNM ook gebaseerd is op pathologisch onderzoek staat er pTNM.
T0 = geen bewijs gevonden van een primaire tumor
T1 = de tumor is heel klein/onduidelijk, zit in de prostaat en is niet te voelen met de vinger bij een rectaal toucher en ook niet te zien bij een echografie
T2 = de tumor is beperkt tot de prostaat
T2a = de tumor zit enkel in de prostaat en is op gebied van grootte minder dan de helft van een lob
T2b = de tumor zit enkel in de prostaat en is op gebied van grootte meer dan de helft van een lob
T2c = de tumor zit enkel in de prostaat en beslaat beide lobben
T3 = de tumor groeit door het kapsel van de prostaat in de omliggende weefsels vb lymfeklieren
T4 = de tumor groeit door in de rest van het lichaam vb in de ribben

Net zoals bij andere tumoren krijgt ook de tumor in de prostaat een TNM-classificatie waarbij de N staat voor node (knooppunt) lymfeklieren.
N0 = geen lymfeklieren aangetast
N1 = lymfeklieren die in de omgeving van de prostaat liggen zijn aangetast

Net zoals bij andere tumoren krijgt ook de tumor in de prostaat een TNM-classificatie waarbij de M staat voor metastases = uitzaaiingen.
M0 = geen uitzaaiingen op afstand
M1a = uitzaaiingen in verder gelegen lymfeklieren
M1b = uitzaaiingen in botten
M1c = uitzaaiingen in organen zoals lever, longen (viscerale uitzaaiingen)
Wat is en doet een MOC?



Lymfeklieren?
Lymfeklieren zijn verzamelpunten en filters van lymfe (weefselvocht bestaande uit lymfocyten, een vorm van witte bloedcellen). Ze zijn met honderden verspreid over ons hele lichaam en spelen een cruciale rol in het opruimen van ziekteverwekkers en lichaamsvreemd of beschadigd materiaal zoals ook kankercellen. Wanneer kankercellen verspreiden via het lymfestelsel en in de lymfeklieren terecht komen is dit meestal eerst in de dichtstbijzijnde klieren. Bij prostaatkanker zijn dit de lymfeklieren van het bekken (de pelviene lymfeklieren). Bij prostaatkankerpatiënten die een hoger risico hebben op klieruitzaaiingen worden naast de prostaat ook de pelviene lymfeklieren weggenomen of bestraald.
Lymfoedeem?
Lymfoedeem is een opstapeling van lymfevocht in en onder de huid die kan zorgen voor zwelling op verschillende plaatsen in het lichaam. Zo een vochtopstapeling ontstaat waanneer de opname, het transport of de afvoer van lymfevocht verstoord is. Dit kan aangeboren zijn maar ook als gevolg van bestraling of chirurgie ter hoogte van het lymfeklierstelsel. Na een prostaatkankerbehandeling komt lymfoedeem meestal voor in de benen of de schaamstreek.
Zaadblaasjes
De zaadblaasjes bij een man zijn twee klieren, met een grootte van ongeveer 5 cm en gelegen achter de prostaat.
Een zaadblaasje is een buis die omgeven is met bindweefsel en bloedvaten.
Zaadblaasjes produceren een vloeistof, het spermavocht, dat tijdens een orgasme tezamen met zaadcellen uit de teelballen het sperma vormt.

Wat wordt bedoeld met patiënt empowerment?
Volgens de website van ‘Patient Empowerment vzw’ (www.patientempowerment.be) is ‘patiënt empowerment’ het proces dat leidt tot een gelijkwaardige relatie tussen zorgvrager en zorgverstrekker. De zorgvrager zit dan mee aan het stuur van zijn of haar zorgproces.
Deze bovenstaande theoretische definitie wil in praktijk zeggen dat bijvoorbeeld de uitwisseling van informatie een basis gegeven is, zowel informatie van de zorgverlener (zoals arts) naar de patiënt toe als omgekeerd. Aldus moeten onder andere de voor- én nadelen van een mogelijke behandeling openlijk kunnen besproken worden.
Prostaatlijn vzw vindt het belangrijk dat toekomstige lotgenoten in contact kunnen gebracht worden met ervaringsdeskundigen. Aldus hebben wij ondervonden dat mannen die onlangs werden geconfronteerd met de diagnose ‘prostaatkanker’ en die langs kwamen op onze ‘Praat met een Maat’ samenkomsten bewuster in staat waren de keuze voor hun toekomstige behandeling mee in overleg met hun uroloog te bespreken en richting te geven.

Hormonen?
Hormonen zijn stofjes die ons lichaam zelf aanmaakt en die via de bloedbaan onze organen en weefsels aansturen om allerlei lichaamsfuncties te regelen. Hormonen geven signalen door.
Ze worden bv aangemaakt in de schildklier, alvleesklier, bijnieren en geslachtsdelen.
Hormonen hebben invloed op zowel langlopende (bv groei) als op kortlopende processen (bv bloeddruk, angstreactie).
Het belangrijkste hormoon bij het ontstaan en de behandeling van prostaatkanker is testosteron en wordt hoofzakelijk aangemaakt in de teelballen.
Testosteron is o.a. belangrijk voor de spieropbouw, botaanmaak en de voortplanting (zaadcellen productie).
In totaal zijn bij de mens ongeveer 80 hormonen gekend, waarvan er 25 het merendeel van de functies bepalen waaronder insuline, cortisol, adrenaline, serotonine, progesteron, groeihormoon, melatonine, prolactine, schildklierhormoon, leptine, oxytocine…

Hormoontherapie bij prostaatkanker wordt gegeven om de groei van het kankerweefsel te verminderen oa door het testosteron gehalte te laten zakken.
De hoeveelheid van het testosteron hormoon in het bloed van een man schommelt naargelang zijn gezondheid, leeftijd en medische behandeling.
Rond +150 ng/dl wordt als ‘normaal’ beschouwd, alhoewel waarde kan oplopen tot +700.
Minder dan 50 ng/dl is castratie niveau. In het kader van een hormoonbehandeling van prostaatkanker wordt het niveau zo laag mogelijk gehouden.
Bij mannen zijn de gemiddelde testosteronwaarden per leeftijd:
(Serum totaal testosteron, ochtendwaarden)
| Leeftijd | ng/dL (nanogram per deciliter) | nmol/L (nanomol per liter) |
| 18-25 jaar | 300 – 1.000 ng/dL | 10,4 – 34,7 nmol/L |
| 36-45 jaar | 250 – 890 ng/dL | 8,7 – 30,8 nmol/L |
| 56-65 jaar | 200 – 750 ng/dL | 6,9 – 26,0 nmol/L |
| 66-75 jaar | 170 – 700 ng/dL | 5,9 – 24,3 nmol/L |
Vrij testosteron (het actieve, biologisch beschikbare deel) neemt sterker af dan totaal testosteron door een stijging van SHBG (sex hormone-binding globulin) met de leeftijd.
Ochtendmeting is belangrijk omdat testosteronwaarden door de dag fluctueren.
Individuele verschillen zijn groot, en waarden kunnen afhankelijk zijn van gezondheidsfactoren, levensstijl en medische behandelingen.
Androgenen?
Androgenen is een verzamelnaam voor mannelijke hormonen.
Ze bepalen en beïnvloeden de activiteit en ontwikkeling van de mannelijke geslachtsorganen en de mannelijke kenmerken.
Enzymen?
In de context van een hormonale behandeling bij prostaatkanker lijkt het ons nuttig ‘enzymen’ te verduidelijken. Enzymen spelen een belangrijke rol om mannelijk hormoon te kunnen produceren. Het blokkeren van enzymen / receptoren maakt dus dat het mannelijk hormoon zijn effect niet kan uitoefenen op de cellen.
FSH = follikelstimulerendhormoon?
FSH heeft als functie de teelballen aan te zetten tot de productie van mannelijke geslachtshormonen en zaadcellen. Met behulp van medicijnen kan FSH worden afgeremd zodat er minder testosteron wordt aangemaakt en prostaatkankercellen daardoor minder / niet of niet meer gaan groeien.

LHRH-agonisten zijn langwerkende medicijnen. Ze worden toegediend met een injectie in het onderhuids weefsel van de buik of in een spier. Daar wordt de medicatie opgeslagen en geleidelijk aan vrijgegeven. Afhankelijk van de dosis varieert de werkingsduur van één tot zes maanden.
LHRH-antagonisten leggen de hormoonproductie in de hersenen stil waardoor de aanmaak van testosteron in de zaadballen wordt verminderd of geblokkeerd. Daardoor wordt de groei van de prostaatkankercellen afgeremd.
CRPC = CastratieResistent ProstaatCarcinoom
CRPC verwijst naar een prostaattumor die niet langer reageert op hormonale therapie. In zeldzame gevallen kan prostaatkanker zich blijven ontwikkelen en verspreiden, zelfs na het ondergaan van hormonale behandeling en castratie.
Chemotherapie
Chemotherapie bij prostaatkanker kan gegeven worden als de kanker uitgezaaid is. Het is een behandeling via medicijnen die de kankercellen afremmen of doden.

Palliatief is niet hetzelfde als terminaal!
Een palliatieve behandeling heeft als bedoeling om bijvoorbeeld een kanker onder controle te houden en de symptomen te verlichten. Palliatief wordt in de volksmond dikwijls verkeerd begrepen en verward met terminaal. Er zijn prostaatkanker lotgenoten die al jaren palliatief verklaard zijn, dus in feite zullen ze niet meer genezen van die kanker, die kanker blijft in hun lichaam aanwezig, doch mede dankzij hun behandeling wordt de kanker niet erger en kunnen zij nog jaren verder leven.