Rozen zien, ook wanneer het moeilijk gaat,
Rozen bloeien steeds.
Rozen in de Koeienstraat,
Rozen op koeiendrek, je raadt het reeds.
Rozen bieden troost,
Troost, rode, roze, gele, witte roos.
Geen machines om je heen,
Geen ziekenhuis in grijze steen.
Geen dokters op de been,
Enkel rozen in bruikleen.
In bruikleen voor het oog,
Rozen en koeien.
Geen gebouwen, tien hoog,
Of sirenes die keihard loeien.
Ziek, kanker,
Staren op een bankje.
Stormwinden die hozen,
En toch windstilte,
Koeien en rozen.
Een man wrijft in de Koeienstraat,
Met een roos over zijn prostaat.