Helaas hadden diverse familieleden waaronder mijn moeder een agressieve vorm van borstkanker waardoor borstamputatie bij haar noodzakelijk bleek.
Er werd gesuggereerd dat erfelijkheid een belangrijke factor was en er misschien wel sprake kon zijn van een mutatie in het BRCA2-gen? Via een DNA-onderzoek op een bloedstaal kunnen afwijkingen oa in het BRCA2-gen opgespoord worden. Dit kan zowel bij personen bij wie al kanker werd vastgesteld als bij familieleden bij wie nog geen kanker werd vastgesteld. Indien een mutatie in het BRCA2-gen wordt gevonden hebben mannen een verhoogd risico op borstkanker, prostaatkanker en pancreaskanker.
Ik had net de leeftijd van 50 jaar bereikt en had door een ongelukkige val ernstige gezondheidsproblemen waardoor ik uiteindelijk niet inging op het verzoek van een huisarts om mijn DNA te laten bepalen zoals andere familieleden dat wel hadden gedaan.
Op dat moment wilde ik niet weten of ik die mutatie in het BRCA2-gen had of niet, mijn prioriteiten lagen in het herstellen van mijn gebroken ribben en andere beschadigde lichaamsdelen na die ongelukkige val.
Maar omwille van constante vermoeidheid en het feit dat mijn huisarts op de hoogte was van een kans op mutatie in het BRCA-2 gen werd bij een latere bloedafname ook mijn PSA bepaald. Helaas met een slecht resultaat van 27,7 ng/ml, dus veel te hoog voor mijn leeftijd. Rectaal toucher gaf geen verdachte resultaten. Bij de echografie was er wel een hyperreflectieve zone te zien in de linker prostaatkwab.
Normaal zou daarna een MRI-scan volgen die mogelijke kwaadaardige cellen kon laten ontdekken doch bij mij was een dergelijke scan niet mogelijk aangezien ik al sedert 2018 een neurostimulator kreeg ingeplant na een zenuwuitval in mijn rechterbeen. Krachtige stralingsbronnen mogen niet op die neurostimulator worden gericht, de werking van de neurostimulator zou tijdelijk verstoord kunnen worden met daarbij de kans op mogelijke schade aan het ingeplante toestel.
Dus geen MRI-scan maar wel andere onderzoeken zoals echografie, rectaal toucher en biopsie.
Daaruit kwam een Gleason score van 7 = 4 + 3. Gelukkig waren er op de PET/CT scan geen uitzaaiingen te zien.
Via een transrectale echografie was er ‘niets te zien’ en ook een rectaal toucher vond niets verdachts, maar bij 5 op de 6 biopten werden kankercellen gevonden.
Ik kon het MOC verslag zien en afprinten via mijn login van het ziekenhuis.
De conclusie na de biopsie was Gleason score 7 waardoor mijn uroloog twee mogelijkse behandelingsopties voorstelde: radiotherapie of heelkunde. Mede door mijn familiale medische context heb ik niet getwijfeld en gekozen voor prostaatverwijdering.
De dag van de operatie verliep alles vlot en na afloop hoorde ik dat de prostaatverwijdering geslaagd was.
Alvorens ik na de operatie naar huis mocht werd er eerst nog een cystografie genomen, een radiologisch onderzoek waarmee afwijkingen van de blaas of de urinewegen opgespoord worden. Voor de start van het onderzoek wordt een glijmiddel met verdovend effect in de plasbuis gespoten om alles pijnvrij te laten verlopen. Een sonde wordt via de plasbuis ingebracht. De urineblaas wordt via de sonde gevuld met een contrastvloeistof. Er worden radiologische opnames gemaakt tijdens het vullen van de urineblaas én bij het plassen als de blaas vol is. Uit die cystografie bleek dat ik met ‘een lek’ zat waardoor urine in mijn buik zou kunnen vloeien. Daarom besliste de uroloog dat ik ’s anderendaags (dus na 3 nachten hospitalisatie) wel naar huis mocht maar mét een sonde.
Ongeveer twee weken na de operatie zag ik een rode bloedkleur in mijn opvangzak en ben ik binnen gegaan op de spoedafdeling van het ziekenhuis alwaar men de blaassonde heeft gespoeld en vaststelde dat ik met een urineweginfectie zat.
Aanvankelijk was de rode kleur verdwenen doch die keerde een paar dagen later terug, dus opnieuw naar de spoedafdeling. De blaassonde was losgekomen en er werd een nieuwe gestoken.
Uiteindelijk duurde het 5 weken na operatiedatum vooraleer de sonde kon verwijderd worden.
Psychologisch was dit voor mij een zware periode, opnieuw naar huis met die ‘vervelende’ sonde en opnieuw die onzekerheid wanneer alles terug ‘normaal’ zou zijn? Op dergelijke momenten heb je naasten nodig die je steunen en hoop geven dat het uiteindelijk toch ‘goed’ zal komen.