
Mijn eigen recente zorgen en pijn doen me denken aan volgend gedicht van de Antwerpse experimentele dichter Gust Gils, een op het eerste gezicht wat vreemd gedicht, zeker voor oningewijden, maar niet voor ons :
Vrienden ik heb de pijn
maar op de kachel gezet
om ze warm te houden
als iemand pijn wil
ze is lekker vers
neem gerust
en neem wat meer
er is pijn genoeg
voor iedereen
Mijn eigen kwetsbaarheid ging immers gepaard met allerlei soorten zorgen en pijn, wat betreft gezondheid, zelfstandigheid, controle over je leven, zingeving….er was pijn genoeg.
En bij al die pijn overeind blijven en voort leven, lukte me niet alléén.
Ik had alle steun, begrip en geduld van echte vrienden nodig. Want die vrienden kan je allemaal goed gebruiken om met die moeilijkere dingen in het leven om te gaan: er was pijn genoeg voor iedereen!
Ook de Wase dichter Stijn De Paepe, die zelf stierf aan darmkanker, – op al te jonge leeftijd, – schreef in één van zijn rake gedichten :
Klap na klap
Soms dolt het leven, grap na grap.
Je staat erbij en kijkt ernaar.
Plots zakt je leven in elkaar
en geeft het driftig klap na klap.
Dan lig je daar.
Tot je herademt hap na hap.
Je maakt een vuist met elk gebaar.
Je voelt de steun van hem of haar.
En je gaat verder
stap na stap.
Als je de diagnose prostaatkanker te horen krijgt, ‘zakt je leven in elkaar’, en ‘dan lig je daar’, en dan heb je een groot aanpassingsvermogen nodig, en de kracht, het relativeringsvermogen en de flexibiliteit, om in die nieuwe situatie te springen, én vooral ‘de steun van hem of haar.’
En het gegeven dat mijn eigen vrouw, tien jaar geleden, twee driftige kankers te bestrijden kreeg, én daarbij een aanstekelijke never-give-up mindset behield, – ‘ze maakte een vuist met elk gebaar’ – hielp me daarbij danig vooruit, – ze overwon zowel borstkanker als nierkanker.
Want kanker heb je met twee, zegt men, of met het hele gezin zelfs.
Ook mijn echte vrienden, met wie ik mijn klap kon delen, waren er altijd voor mij. Ook met hen kon ik alles delen. Zelfs in het witte wachtzaaltje van de dienst oncologie radiotherapie – met de klemtoon op het eerste lid, wacht – wat kan wachten toch lang duren! – kon ik alles delen met de vele lot- en zielsgenoten, die ik daar leerde kennen, en die er soms erger aan toe waren dan ik, chemo incluis. Het zaaltje zag eruit als een compartiment van een trein, de trein der traagheid, in meerdere betekenissen van het woord…
Ik wens daarom ieder van ons veel grappen toe, en geen klappen. En valt er toch een klap, – of meerdere,- ‘klap na klap’, – dan wens ik ieder van ons echte vrienden toe, – want, in nood leer je die kennen! – die je zullen steunen, om te kunnen ‘herademen, hap na hap’, om, beetje bij beetje, weer ‘verder te gaan, stap na stap’, te genieten van het leven – want dat doen we veel te weinig, ‘we staan erbij en kijken ernaar’ – om opnieuw te kunnen dollen en grappen, ‘grap na grap.’
Met als bakkie koffie als troost erbij, zoals hier en nu, ‘warm op de kachel, én lekker vers’: de gedachte: what didn’t kill me – letterlijk! – makes me stronger!
En omdat tumor en humor maar in beginletters verschillen, wil ik er zelf nog een ‘a’ -rijmpje aan toevoegen, met volgende anekdote :
Vóór elke bestraling vroeg een verpleegster me :‘Is de voorbereiding gelukt, meneer?’ Ze bedoelde natuurlijk: is je blaas vol, en je endeldarm leeg? Twee noodzakelijke voorwaarden voor een veiligere bestraling!
En ….vóór de laatste ( 28ste ) bestraling, zei ik tegen haar, in de bestralingsruimte, : ‘Jazeker, de voorbereiding is gelukt, kak na kak!’….
Omdat humor relativeert!
En toen ik het laatste gedicht voorlas, bij het afscheid, vielen twee verpleegsters in mekaars armen!…
Omdat kanker verbindt! En daarom zijn we hier!!
De diagnose prostaatkanker was heftig en onverwacht.
Hoe ging ik daarmee om?
Vind ik het zeer belangrijk om mijn heftige gevoelens, gedachten en angsten te delen?
Kan ik ermee naar buiten komen?
Gedeelde angsten zijn halve angsten! –
Of kan ik dit niet?
Hou ik alles voor mezelf?
Krop ik alles op?
Kan ik de feiten onder woorden brengen?
Kan ik mijn heftige gevoelens onder de knoet houden door er woorden voor te vinden, zelf, of in bestaande teksten of gedichten?
Bijvoorbeeld : ‘Kanker is een zesletterboom, die me het hele hellebos deed zien, diep van binnen.’
Mijn vrouw en mijn naasten leden elk op hun manier, maar zij voelden zich nog machtelozer dan ik, omdat ze ernaast stonden, ze konden enkel lijdzaam toekijken, ik werd geleefd, maar zij ook, en misschien nog meer.
De kracht om iets te overwinnen zit in mijn denken, in de mindset, tussen de oren.
Ik moet mezelf voortdurend proberen te herprogrammeren.
Resetten.
Met vallen en opstaan.
Ik voel dat mijn lichaam in een oorlog gezeten heeft, maar ik ben niet blijvend verzwakt.
Het gaat beter en beter.
Tijdens mijn ziekte werd ik positief verrast door….. mijn echte vrienden, en hun medeleven.
Na zo’n ellendige tijd trekken mijn wonden in mijn ondergoed en mijn lakens, maar ik sta er niet alleen voor.
Kanker allitereert niet met geluk…absoluut niet! Maar toch…
Een eigen werkje over iets dat niemand ons kan afnemen, gelukkig maar, nog een geluk dat, een geluk met een ongeluk : namelijk :
DROMEN VAN GELUK
Geluk
niemand weet waarom
het plots wegwaait
maar de wind fluistert ons toe
dat we het wéér kunnen vinden
de wolken
groot en klein
beloven het ons
indien de wind dit wil…
Als je de diagnose prostaatkanker te horen krijgt, dan weet je lichaam niet wat er gebeurt, en je geest nog veel minder.
Alles staat op zijn kop!
Help!!
Wel, een gedichtje kan misschien helpen, en wonderen doen?
Stel je ervoor open, probeer het eens, poëzie als therapie tegen kanker…wie weet?
Want in poëzie is alles mogelijk, zelfs… een vluchtroute naar zee…in je hoofd.
De zee is altijd mijn geliefde geweest…in de natuur.
Het is de mindset die telt, zegt men. Wel dus : de verbeelding aan de macht, de kracht van de fantasie.
Het zal je kanker niet genezen uiteraard, maar het leert je er wel anders tegenover te staan, anders mee om te gaan! Zoals in dit werkje van Didier :
De zee
als je me zoekt
kom dan
waar golven ruisen
en meeuwen zweven
waar de wind zingt
en het zand zacht is
waar het strand streelt
en de morgen jong is
waar je het ritme
van de regen voelt
waar je kan kijken
tot aan de horizon
en waar je me kan vinden
Misschien moeten we wel eens meer luisteren naar onszelf, alles begint met luisteren : naar ons eigen lichaam, én geest!
Daarvan mag onderstaand gedichtje een illustratie zijn, het is een bewerking van Didier van een werkje van Toon Hermans, over de zee.
Onder het motto : poëzie als therapie, bij prostaatkanker :
Laad me met rust
Ik wil alleen zijn met mezelf
ik wil alleen zijn met de stilte
om me te laden met rust
ver weg van alle kilte
Ik wil gewoon een beetje dromen
rond de dingen die ik voel
en de bank, ik weet het zeker,
dat ze weet wat ik bedoel
Ik wil alleen zijn met de stilte
ik wil alleen zijn met de lucht
ik wil luisteren naar mijn adem
ik wil luisteren naar mijn zucht
Ik wil luisteren naar mijn zwijgen
daarna wil ik verder gaan
en de stilte, ik weet het zeker,
zal mijn zwijgen wel verstaan
Ik zag dat een prostaatkanker lotgenoot het bijzonder moeilijk had.
Maar ik praatte er niet over.
Doe ik dat wel, dan begint hij er eens zo hard over na te denken.
Om die reden zeg ik gewoon : Alles goed?
En zeker niet : Hoe is ‘t?
Bij : Hoe is ‘t ? – denkt hij zichzelf in de vernieling, en praat hij zichzelf in de vernieling!
In het eerste geval, bij : Alles goed? – geef ik hem die kans niet.
Dan kan hij bijna niets anders denken én zeggen dan : Ca va eigenlijk.
Moeten we niet, met zijn allen-prostaatkankerpatiënten, zijn, zoals die gek uit het grapje?
Die zichzelf voortdurend met een hamer op het hoofd slaat!
En naar de reden waarom?, gevraagd, zegt : Omdat het zo prettig is als ik ermee ophou!
Maar toch!
Misschien moeten we er toch maar eens mee ophouden onszelf voortdurend met een hamer op het hoofd te slaan!…
Prettig of niet!
Ook onze kinderen en kleinkinderen kunnen een therapie zijn tegen prostaatkanker.
De ver-wonder-ing waarmee zij kijken naar het leven, …daar kunnen wij nog iets van leren.
Zij kunnen de kleinste dingen des levens zien als een wonder!
Zoals in dit gedichtje van Didier :
Opa, help mij kijken
ik blaas bellen
in elke bel
een droom
de ene wordt groter
dan de andere
de ene spat rapper uiteen
dan de andere
maar zolang ik blaas, opa,
blijven ze komen
de bellen
en de dromen..
De droom op een goede afloop voor mij, mijn kind!!…